Ga direct naar de hoofdinhoud
fred van der wal kunst & literatuur
FRED VAN DER WAL KUNST & LITERATUUR WEBLOGS
fred van der wal kunst & literatuur
FRED VAN DER WAL KUNST & LITERATUUR WEBLOGS
  • Home
  • Zelfportret
  • BBLOG
  • surrealism revisited
  • BRIEF VAN DIRECTEUR L. L. VAN CHRISTIAN ARTIST AAN FRED VAN DER WAL

Maak jouw eigen website met JouwWeb

FRED VAN DER WAL: HET INTERVIEW WAS 4 JULI 2017 MET LITERAIR AGENTE NANCY W.

september 1, 2017

Interview Fred van der Wal

GEPUBLICEERD OP 4 JULI 2017

 

Fred van der Wal is van origine beeldend kunstenaar en bekend van zijn schilderijen en tekeningen. Daarnaast is hij inmiddels een ervaren auteur, want hoewel Fred pas na zijn 65e levensjaar begon met schrijven heeft hij inmiddels talloze boeken uitgebracht. Tijd om eens nader kennis te maken met deze bijzondere schrijvende kunstenaar.

Wie is Fred van der Wal, de schrijver achter onder andere Blow Up 1967?


Motto: ik schilder realistisch zonder terug te kijken naar de Oude Meesters, het verleden of het academisme. Ik schep met klassieke middelen als pen, potlood en penseel een modern wereldbeeld op papier en linnen.  

 

Geboren te Renkum 1942, familie vlucht vlak voor arrestatie door de Arnhemse SD aug. 1944 vlak voordat het huis bij Operation Market Garden wordt plat geschoten, naar Amsterdam, volgde de Nicolaas Maesschool, Vossius gymnasium, 1956 verhuizing naar villabuurt Heemstede, door liep de Da Costakweekschool tot 3 maanden voor het hoofd akte examen, weigerde militaire dienst, verhuizing naar Amsterdam 1967, opname in de BKR 1968-1977, exposeerde van 1966-1973 en van 1977-1979 als vaste exposant in Galerie Mokum, 1969 lid BBK, 1969 lid sociëteit Teisterbant, Haarlem, 1972 lid Arti et Amicitiae, 1974 lid Pulchri Studio, 1978 verhuizing Friesland, 1984-1985 lid Fria, 2003-2004 lid Peinture Fraiche, 2004 lid Le Groupe Nevers, 2007 lid Nederlandse Kring Van Tekenaars, 2002 emigreert officieel naar Frankrijk, exposeert tussen 1966 en 2007 meer dan 250 maal zijn schilderijen, tekeningen en gouaches. Beoefende tussen 1958 en 1995 drie oosterse vecht sporten, nam deel aan de tafeltennis competitie en werd in 1995 op zijn 53-e eerste kyu kyokushinkai karate. De van der Wals bezitten een huis in Frankrijk en een in Nederland. Fred woonde van 1978-2003 in Friesland waar zijn werk geboycot werd door overheid en galeries. Van 2002-2009 woonde hij permanent in Frankrijk. In voor bereiding o.a. verhalenbundel en kunstcatalogi. Publiceerde meer dan veertig boeken.
9 kunstwerken van Fred van der Wal zijn aanwezig in het prentenkabinet van het Stedelijk Museum te Amsterdam, 13 werken in het prentenkabinet van het Rijksmuseum te Amsterdam en tientallen werken in de rijkscollectie ICN, 2 zeefdrukken in Fries Museum, 2 werken in Collectie Dieuwke Bakker en diverse schilderijen en tekeningen in collecties in binnen en buitenland. De voornaamste verzamelaarsters van het werk van Fred van der Wal zijn Mevr. M. de Muinck en Mevr. B.Bosse.

Je hebt jaren als kunstenaar gewerkt, is Blow Up 1967 gebaseerd op je eigen ervaringen of is het volledig autobiografisch?


Blow Up is niet strikt autobiografisch. Eind 1965 besloot ik drie maanden voor het hoofd akte examen voor de beeldende kunst te kiezen met resultaat dat ik zonder mijn eigendommen en geld op straat werd gezet door mijn kapitaalkrachtige opvoeders. Ik accepteerde dat als consequentie van mijn keuze, alhoewel het tot 1968 mijn leven er niet gemakkelijker op maakte. In 1967 zag ik de film “Blow Up” van Antonioni waarin een modieuze fotograaf in de swingende sixties scene in Londen de hoofdrol speelde. Ik woonde net een maand weer in Amsterdam na tien jaar afwezigheid. De hoofdpersoon in “Blow Up” had een atelier met een entresol en telefoon. Die film zag ik met mijn zomerliefde Catharina en besloot binnen een paar jaar ook zo’n atelier te hebben. Dat werd vijf jaar later, 1972 toen ik het realiseerde in Amsterdam. Tussen 1967 en 1973 ging het in up tempo steeds beter met mijn werk; ik werd lid van sociëteit Teisterbant in 1969, een eerste museum tentoonstelling in Arnhem in 1969, vaste exposant van Galerie Mokum tot 1974, kunstenaarslid Arti et Amicitiae te Amsterdam, Pulchri Studio te Den Haag. De belangstelling voor mijn werk culmineerde midden jaren 70. Aankopen gemeente Amsterdam, het Rijk der Nederlanden, Projectgroepen van de Nederlandse Kunststichting, kunstverzamelaars, galeries in binnen- en buitenland. Met het steeds meer in the picture komen nam de tegenwerking uit het kunstenaarsplantsoen ook toe. Vrienden onder kunstenaars heb ik niet. Nooit gehad. Geen behoefte aan.

Hoe ben je er toe gekomen om naast je teken- en schilderwerk  boeken te gaan schrijven?
Schrijven en schilderen deed ik in de schoolkrant van de Da Costakweekschool te Bloemendaal in 1963. Het viel niet goed bij de redactie en directeur van de school, er waren bezwaren dat ik mijn collages en schilderijen al exposeerde toen ik nog op die school zat, dus stopte ik er mee. Conflicten met de directie of leraren vond ik zinloos. In 1967 schreef ik tussen twee lachbuien door teksten bij exposities in Haarlem van mijn eigen werk en bij kunst van anderen. De jaren daarna publiceerde ik wat interviews met collega’s en vaak provocerende One Liners bij mijn exposities. In eigen beheer publiceerde ik ‘Dááág Dagboek’ in 1987, herinneringen uit de jaren tachtig. Ik was toen al 45 jaar oud. Mijn dochters lazen het boekje en het emotioneerde ze. Tranen met tuiten. Dat had ik niet verwacht omdat het voor mijn gevoel in een afstandelijke, zakelijke taal is geschreven. Het zijn eigenlijk notities. Schetsen. Ik schreef het boek omdat ik van diverse familieleden die totaal niet op de hoogte waren van hetgeen mij bezig hield een ander beeld te geven en opschrijven waar ik mijn dag mee vulde omdat ik het onterechte verwijt kreeg dat ik niet actief zou zijn. Mijn dagen werden en worden echter gevuld met tekenen, schilderen, schrijven en sport. Ik was gewend om 7 uur op te staan en daarnaast deel te nemen aan het gezin. Het verbouwen van huizen waar we woonden is lang een liefhebberij geweest.

Ik ben 20 keer verhuisd. In 2006 maakte mijn oudste dochter mij opmerkzaam op het verschijnsel Weblogs.  In 2009 publiceerde ik “Schrijversblokkade”, bundel verhalen bij WWAOW printing on demand uitgeverij.

Tussen 2006 en 2012 schreef ik duizenden weblogs, o.a. op het Volkskrantweblog, Basic Publishing en WordPress. Stories die soms een storm van protest op riepen bij voornamelijk salon-socialistische academici, die vaak in clichés denken en zelf niet creatief zijn. Dreigementen met processen en sommige criticasters zouden wel even langs komen. “Doen jongens”raadde ik ze aan. Ik beoefende diverse vechtsporten jaren lang. Vooral extreem linkse “politiek correcte” dames en heren hadden zo hun bezwaren tegen mijn persoon en werk.

In de jaren ’90 woonde ik een lezing bij van de eigenaar van een POD uitgeverij en wist onmiddellijk dat deze business een grote vlucht zou nemen. Ik begon met deelname aan verzamelbundels proza en poëzie van Writeshistory. Mijn meeste boeken zijn uitgekomen bij LuLu Com. Een vertaling van Blow Up zou in 2015 verschijnen bij America Star Books. Ik vergat alleen tijdens de door alcohol ingedronken vreugde het contract te tekenen. Vervolgens schoof ik het op de lange baan en vergat het. Twee jaar later stuurde ik het contract op. Ze weigerden het toen uit te brengen. Geen probleem; ik zoek zelf wel een vertaler en breng het zelf wel uit. Inmiddels staan mijn titels vermeld op sites als Bol Com, Amazon Com, Book Depository U.S., PB Shop UK, Wordery USA, LuLu com, Amazon Com, Alibris com, Ebay. Boeken van Fred van der Wal zijn ook verkrijgbaar op de Deense site: bokus com
Ik schrijf om het mijn toekomstige biografen gemakkelijk te maken. Ze zullen kunnen putten uit tienduizenden pagina’s waarmee ik ze heel wat werk verschaf, maar ook bespaar.

Heb je reacties gehad op je boek Blow Up 1967, bijvoorbeeld van mensen die zich in je boek herkenden?


Situaties en personen komen slechts voort uit mijn verbeelding. Ik ben van plan het te herschrijven en waar gebeurde elementen in te voegen.  Voornamelijk sfeer beschrijving en locatie, een atelier gebouw in de jaren 70 in een afbraakbuurt waar moord, diefstal, inbraak, brandstichting en overvallen, seks dagelijkse kost waren. In het ateliergebouw is een moord gepleegd door een junkie en mijn atelier in brand gestoken door aan heroïne verslaafde vriendjes van een geliefde (ErnstJan Engels) van Gerard Reve. Als ik de dag van de brand in het gebouw was geweest had ik geen schijn van kans er levend uit te komen.

Je hebt al aardig wat boeken op je naam staan, welke is je eigen favoriet?


Het aantal boeken van mijn hand zal eind 2017 de 80 overschrijden. De novelles ‘Blow Up’ en ‘Schrijversblokkade’ hebben mijn voorkeur. Als AOW gerechtigde werk ik nog dagelijks een tien uur aan mijn teksten, foto’s en kunstwerken. Vakantie is in mijn optiek een vloek.

De meeste boeken die je schreef is proza, is er nog een ander genre waar jij je als auteur ook wel eens aan zou willen wagen en waarom?


Ik heb twee poëziebundels gepubliceerd bij LuLu Com en enkele gedichten (en verhalen) in uitgaves van Writeshistory. De kritiek op mijn poëzie dat het geen proza en ook geen poëzie zou zijn vind ik een aanbeveling.

Hoe ontstaat bij jou een boek, wordt je al schrijvend een bepaalde richting in geduwd of heb je voordat je begint al een duidelijke opzet in je hoofd?

Veel van mijn boeken zijn essayistisch en geven commentaar op literatuur, cultuur en kritiek. Zo heb ik een aantal weblogs over auteurs als Bukowski geschreven, Heeresma en W.F. Hermans. Ik schrijf uitsluitend over onderwerpen waar ik gedegen kennis van heb. Schrijven over politiek, de waan van de dag zal ik nooit doen.

Waar kies je voor als lezer zijnde, ga je dan ook voor proza of kies je dan juist voor iets uit een ander genre?

Als lezer graag essays, literatuur kritiek, human interest, biografieën, bij voorkeur geen romans of novelles.

Ben je naast het schrijven, schilderen en tekenen nog actief met andere bezigheden en kun je ons daarover iets vertellen?

Vanaf de jaren zestig huizen verbouwt en verkocht, verder met fotografie en digitaal bewerken en combineren van foto’s, weblogs schrijven, fitness drie maal in de week om mobiel te blijven. In voorbereiding interview bundel met kunstenaars, verder het publiceren van eigen beeldend werk.

Tot slot, wat kunnen wij in de toekomst nog van jou verwachten?

Enkele exposities, boeken met reproducties eigen werk, diverse boeken met weblogs van eigen hand en de reacties van lezers daar op. Ik zie weblogs zoals indertijd de Volkskrantblogs als een vorm van een nieuwe interactieve literatuur.

Kijk voor meer informatie over Fred van der Wal en zijn werk op:  https://fredvanderwal.wordpress.com/
https://frederikwillemvanderwal.wordpress.com/
https://www.fredvanderwal.nl//#.WVt80ulpzIU

Geschreven door NancyW

 

 

Zelfportret Fred van der wal, potlood op papier, 29 x 30 cm. Nooit tentoongesteld

Hierbovenstaande tekening pen op papier doorsnede 30 cm. Fred van der Wal

CV FRED VAN DER WAL

30-10-1942. Geb. te Renkum.
1944.

Familie vlucht na anonieme waarschuwing een kwartier voor inval van de Arnhemse SD naar Amsterdam. De trein A'dam-Utrecht wordt twee maal beschoten door RAF Spitfires. Interieur ouderlijke woning vernield door de SD. Bij de slag om Arnhem wordt door artillerievuur de gehele woning in puin geschoten.


1945.

Fred verblijft een jaar bij de grootouders in de Palestrinastraat 4 huis, zijn zusje zeven weken bij de moeder in de Cornelis Schuytstraat tot de moeder het kind af staat.


1946.

Bijna getroffen door kogel die tien centimeter boven zijn hoofd door ruit achter in de muur slaat van de woning in de Utrechtsestr. 40, Amsterdam. Korte tijd in huis bij de biologische ouders.


1947.

Fred en zijn zusje terug naar de grootouders.


1950.

Fred, zijn zusje en broer naar de biologische vader en diens tweede vrouw. Veel fysiek en verbaal geweld tussen de echtelieden. Regelmatig wordt de inboedel aan barrels geslagen. Vader doet zelfmoordpoging in aanwezigheid kinderen. Fred terug naar de grootouders.
De biologische moeder ziet Fred na zijn vierde levensjaar nooit meer terug.


1951-1963.

De "biologische ouders" voeren met regelmaat i.s.m. Pro Juventute procesen om Fred uit het grootouderlijk huis te halen en tot staatskind te bevorderen.


1954.

Leerling Vossiusgymnasium, Amsterdam. Lid tafeltennisclub FAMOS Amsterdam.


1955.

Leerling Christelijk Lyceum, Amsterdam.


1958-1963.

Bruine band judo en jiu jitsu. Neemt deel aan de Kennemer tafeltenniscompetitie als lid eerste team Sneeuwbal. Tennist bij vereniging "De Hogeberg", Haarlem.


1961-1966.

Leerling Da Costakweekschool te Bloemendaal. Begint teksten te publiceren in de schoolkrant. Trekt maanden lang medewerking in na tegenwerking redactie.


1963-1966.

Bevriend met klasgenote E.D.


1963.

Eerste bezoeken aan Antwerpen, Brussel en Brugge. Ziet voor het eerst surrealistisch werk van Paul Delvaux in Brussel. Een eye opener.


1964.

Goedkeurd reserve-officiersopleiding. Regelmatig bezoek aan Galerie Mokum, Amsterdam. Bezoekt Ger Punte, ex-lid surrealistische groep Nederland. Brengt vakantie door met Els D. op Vlieland. Trekt inzending in voor schoolkrant DCK.


1965.

Lid kunstenaar groep X-65 te Haarlem. Weigert uitnodiging op te treden op school feest.


1966.

Verlaat vrijwillig 3 maanden voor hoofdakte examen Da Costa kweekschool. Directeur verspreidt laster dat Fred is weg gestuurd en aan de drugs is, met de Provos mee loopt en in een kraakpand woont. Uitgetreden als lid groep X-65. Eerste tentoonstelling schilderijen in kunstcentrum De Ark te Haarlem. Weigert militaire dienst. Rookt voor het eerst hasj in gezelschap van Aletta in atelier Den Haag. 

1966- oct. 1967

werkzaam in antiquariaat te Amsterdam.


1967.

Eén dag lid kunstenaarsgroep K.Z.O.D., Haarlem. Vaste exposant Galerie Mokum, Amsterdam. Buitengewoon dienstplichtig verklaard. Op straat gezet door opvoeders vanwege schilderen. Verhuizing naar Amsterdam, Nieuwe Spiegelstraat 48, twee hoog. Bevriend met akademie studente C.S. Brengt directie Galerie Mokum in contact met Hans Ducro, grafisch ontwerper Panorama, hetgeen resulteert in een serie afbeeldingen in het blad van Galerie Mokumschilders. Antiquaar H. Marcus te Düsseldorf biedt aan tentoonstelling tekeningen van Fred te regelen in de Kunsthalle Düsseldorf. Fred weigert de expositie door gebrek aanfinanciële middelen.


1968.

Atelier a.d. Amstel 186. Drie zomermaanden werkzaam aan Ateliers ’63, Haarlem. Ontmoet redactie Rolling Stone. Drie maanden werkzaam Atelires '63 en neemt maanden later na nachtelijke inklimming drie lithostenen mee.


1969.

Huwt Bernadina Clasina Bosse. Geboorte dochter Misja mei 1969. Deelname aan de representatieve overzichtstentoonstelling van Jonge Nederlandse Realisten, Gemeentemuseum Arnhem. Lid Sociëteit Teister bant, Haarlem. Verbreekt vriendschap met contraprestatieschilder T. Aanbod Galerie Herzog, Mannheim.


1970.

Atelier Prinsengracht 847, Amsterdam, naast grafiekdrukker Piet Clement. Aanbod Obelisk Gallery te Londen en Obelisk Gallery, Boston. Lid BBK.


1971.

Tekening en een gouache van opgenomen in de collectie van het prentenkabinet van het Stedelijk Museum te Amsterdam. Aanbod grote Duitse Galerie voor expositie. Voorstel BBK om deel te nemen aan het BBK bestuur. Aanbod Antwerpse galerie.


1972.

Verhuist naar Bilderdijkkade 4, Amsterdam. Lid kunstenaar Arti et Amicitiae te Amsterdam. Atelier tot 1978 Tweede Nassaustraat 8, Amsterdam. Lid BBK 69. Vertrek als exposant Galerie Mokum. Galerie Jurka cancelt expositie schilderijen van Fred van der Wal onder druk van Dieuwke Bakker (Galerie Mokum) en de illustrator T. (exposant Galerie Mokum). Weigert fotoshoot voor Model Planning te Amsterdam.


1972.

Laat 2 zeefdrukken uitvoeren door zeefdrukkerij De Rakel, Amsterdam.


1972-1978.

Laat zeefdrukken uitvoeren door Tailored Prints, Amsterdam.


1973. Ramen atelier tweede Nassaustraat door onbekende(n) doorzeefd met kogels. Bedreigd met mes door contraprestatie schilder vanwege weghalen CPN affiche uit hal ateliergebouw.


1974.

Lid kunstenaar Pulchri Studio, Den Haag. Lid aankoop commissie "Amsterdam koopt kunst".


1975. Verhuist naar vrije sector woning Galileïplantsoen 102 hs in de Watergraafsmeer. Aangeboden fotomodellenwerk met hele gezin door bureau People te Haarlem. De kunstenaar wijst het aanbos af.


1976.

Verbreekt vriendschap met de schilder C.v.G.


1977.

Bezoek op uitnodiging griffermeerde drs. P. C, Londen.


1978.

Vertrek naar Friesland, Veenwouden. Aanbod kontrakt Galerie Internationale Madison Ave., New York. Neemt weer deel aan groeps exposities Galerie Mokum tot galerie eigenaresse een rel veroorzaakt.


1979.

Verbreekt definitief relatie met Galerie Mokum. Laat twee zeefdrukken uitvoeren door Zeefdrukkerij Schweigmann, Leeuwarden.


1980-1984.

Vervaardigt serie tekeningen en schilderijen van bi seksuele S.M. travestieten en lingeriefetisjisten. Lid VSSM (Vereniging Studiegroep Sado Masochisme)\


1981.

Atelier te Amsterdam in brand gestoken door kunstschilder E. en totaal uitgebrand. Fred toevallig afwezig die dag en ontsnapt aan de dood.


1982.

Verhuizing naar Garijp, Friesland. Studiereis Berlijn. Bezoekt West-Berlijnse akademie voor beeldende kunsten. Bezoek Oost Berlijn.


1983.

Brief Friese Kultuerried, ondertekend door drs. Huub Mous dat door de Friese kunstkommissie niet langer erkend wordt als "officieel" beeldend kunstenaar. Sadomasochiste Betty Paerl opent expositie Fred te Den Haag, Pulchri Studio.


1984.

Ex-vriendin Frieda verongelukt op de Autobahn in Duitsland .


1984-1988.

Krachttraining bij First Class Gym, Bergum.


1985.

Fred stapt als sekretaris uit bestuur Fria, na onoplosbaar konflikt met de voorzitter G. Oprichting Minister Brinkman fanclub 1986. Aanbod Interview Algemeen Dagblad. Aanbod uitzending met interviewer Rolf de M. voor de VARA radio. Kontrakt met Galerie Salammbo, Parijs. Brieven van auteur Jef Geeraerts, pop art kunstenaars Tom Wesselmann en Robert Rauschenberg. Bezoekt auteur Jef Geeraerts in Gent. Studiereis Parijs. Management aanbod Mensing Gemälde Galerie, Duitsland.


1988-1994.

Kracht- en bokstraining bij sportschool Lolle van Houten, Leeuwarden.


1989.

Traint vier keer per week karate bij Sportschool Thamrin en Sportschool De Leeuw, Leeuwarden.


1991.

Buitenhuis vlak bij de waddenzee in Firdgum aangekocht.


1993.

Verhuizing naar Firdgum. Bruine band karate. Traint bij drie sportscholen: De Leeuw, Thamrin en Lolle van Houten. Gevraagd door fotomodellenburo Crunch.


1994.

Verhuizing naar Oldeboorn. Kontakt Galerie Mokum afgebroken.


1997.

Verbreekt vriendschap met EO producer H. v. S.


1998.

Publiceert in eigen beheer voor oudste dochter Misja

"Dààààg Dagboek!!!"175 pag. Eén exemplaar.


1999.

Opening eigen galerie onder de naam Galerie Lekkerterp. Brief hoofdredacteur Rimmer Mulder van de Leeuwarder Courant dat over het werk van Fred en over Galerie lekkerterp niet geschreven zal worden door de kunstredactie. Email kunstredactie Leeuwarder Courant met doodswens. Voor de eerste keer miljonairsstatus bereikt.


2001.

Ontvangt schokkende hate mail van biologische moeder die Fred sinds 1946 nooit meer heeft gezien.


2002.

Fred voor het eerst na 24 jaar met werk vertegenwoordigt op door de Fryske Kultuerried georganiseerde expositie. Leeuwarder Courant weigert te recenseren. De van der Wals verhuizen 3 jan. 2002 na 24 jaar tegenwerking door Friese en Groningse "collegas", tevens gedwarsboomd door de Friese galerietjes, de Friesche Kultuerried en de Friese pers,naar Limburg en vandaar uit in sept. naar midden Frankrijk. De van der Wals verkopen huize Lekkerterp (aangekocht voor 180.000 gulden) voor zes ton en kopen grote boerderij in Frankrijk. Begin grote verbouwing Maison l’Ermitage, Couloutre door het echtpaar van der Wal. Herfst 2017 verkopen zij MAISON L'eRMITAGE.

2003.

Geboorte eerste kleinkind. Atelier Couloutre afgebouwd en in gebruik genomen. Diverse bezoeken aan Parijs. Diverse uitnodigingen voor tentoonstellingen in Frankrijk. Kennismaking met New York se schilder Sidney Klein, die de van der Wals vraagt naar New York te komen. Kennismaking Parijse kunstschilder Michel Chapellier.


2004

Briefwisseling met kunsthandelares Janna van Zon. Uitnodiging om deel te nemen aan herdenkingstentoonstelling Dieuwke Bakker in 2005. Lid Le Groupe Nevers. Weblog Punt.nl op gestart.


2006.

Uitgenodigd als "Kunstenaar van de Maand" maar weigert; tentoonstelling Pulchri Studio te Den Haade Bourgogne naar Den Haag. Kennismaking met de flamboyante kunstenares Isis Nedloni. Fred start weblog Volkskrant. Fred en kunstenares Isis Nedloni worden geweerd van de website "Schrijversweb".


2007.

Telefonisch Interview HP over Henk Helmantel. Fred cancelt deelname aan de Biennale van Florence en de Salon du Dessin te Parijs. VU Amsterdam cancelt deelname Fred aan overzichtstentoonstelling van veertig jaar verzamelen door de VU directie. Lid Nederlandse Vereniging Van Tekenaars. In voorbereiding enkele verhalenbundels en een voorwoord bij de bundel "Hekel" van Isis Nedloni. Publiceert verhalen op Basic Publishing.  Mail van de Friese Galerie Zofier "U bent geen professioneel kunstenaar". Kennismaking met Moderator "Basic Publishing" Gil Heuvelmans te Gent. Ontmoeting Gentse dichter Coenraad de Waele te Gent. Ontmoeting Herman Brusselmans in Patershol, Gent. Bliksembezoek aan de internationale animatiefilmer Gerrit van Dijk en zijn echtgenote Cilia, Haarlem. Fred weigert uitnodiging "Biennale of Drawings 2008 Tsjechië" en uitnodiging door Friese Galerie La Lanka. Aanbod column op website Lucaswashier.

Drs. Huub Mous publiceert op zijn weblog onder de kop"Ostracisme in Friesland", over de boycot tegen het werk van Fred van 1978 - 2002.
 Interview met een aardig beschonken Fred met Huub Mous voor regionale TV en radio omroep Mercurius, Leeuwarden.Voor de tweede keer miljonairsstatus bereikt. Drie dagen schorsing door hoofdredactie Volkskrantweblog.


2008.

Invitatie International Art Fair Salzburg. Invitatie Art Fair Akzenta Graz. Invitatie Galerie Mannheim. Invitatie Int. Management Org. van zijn werk voor de Duitse markt. De selectieve kunstenaar cancelt de aanbiedingen. Mail van Instituut Collectie Nederland dat er 59 werken van Fred van der Wal in de collectie aanwezig zijn. Fred wijst contracten met Mayer Marketing Org. Mannheim en Peter Boehner Galleries, maar ook de Art fair te Salzburg ende Akzenta te Graz af. Mail van Gemeente Archief Amsterdam dat beslissing om de tot 2065 gesloten BKR dossiers in te zien in overweging wordt genomen. Ontvangst per post BKR rapportagedossiers met onthullende feiten.

Bezoek aan Parijs. Invitatie Salon d'artistes contemporain 2008, Genève. Fred cancelt de invitatie.

Radio uitzendingen:

1976. AVRO. "Kunst met peren".
1983. Radio Fryslan.
1984. NCRV. Hier en Nu.
TROS. Met het oog op morgen.
1985. Radio Fryslan.
1988. Radio Noord-Holland.
1991. E.O. Interview met Feike ter Velde.
2007. Radio Mercurius

TV uitzending:

 1985. 
Yvo Niehe. Kontrakt getekend. Uitzending op het laatste moment tot tevredenheid van Fred gecanceld.

2011. Omrop Fryslan.

 

Literatuur:

 

1969.”Jonge Nederlandse realisten van Galerie

           Mokum,”cat. Gemeentemuseum Arnhem.

           Lexicon Nederlandse beeldende kunste

           naars,P.A. Scheen.

1969.”Museumjournaal S. M. A’dam,” nr. 14/1

          “De Kunst In Arnhem,”Jaargang 1-2-’69.

         ”De Kunst In Arnhem,”Jaargang 1-3-’69.

1969.Kat. mediese fakulteit Universiteit

         Amsterdam.G.J. Jansen.” Omgaan met de

         dood.”

1970.Elsevier,13 juni 1970.“In de aanval uit  

          angst voor het  onverwachte.” Geert-Jan

          Jansen.

1971.”Vijftig jaar Nederlandse realistische                              

           kunst.”Prof. Dr. H.L.C. Jaffé & Drs. Jan

           van Geest.Uitg. Meulenhof.

1972.”Tien Jaar Galerie Mokum,”uitg. Galerie

            Mokum, Amsterdam.

1973.”Objektief Gezien,”cat.Ned. Kunst-

           stichting.

1975.”Ned. Kunststichting tentoonstelling kol-

           lekties hedendaagse beeldende kunst.”

           Cat. 1975/1976.

1976.”Vijf jaar galerie S,”uitg. M. Scheepens.

1976.”Kijk uit!Er staat een kunstenaar in de

           lift!” Frans Duister.”De Tijd.”

1978.”Grafiekmanifestatie 1978,”H. Paalman.

           Uitg. cat. Stedelijk Museum,Schiedam.

           Kunsthuis ’78.”cat.

           Vijf jaar Galerie-S,cat.

1979.”Kunsthuis ’79.”cat.

1979.”Junge Kunst in Europa,”Thomas Dehler

           Institut.

1980.”Home Art,” 1e jaargang nr.1.

1981.”Hedendaagse Nederlandse Beeldende

           Kunstenaars,” Gorredijk.

1982.”Presentatie Kunst ’82.”Uitg. Stichting

            voor Kunst en Rekreatie,” Bergharen.

1984.”De BKR neffens Fred van der Wal.”Frysk

            en Fry.

1985.”De Mokum Collectie,”uitg. Galerie Mo-

            kum.

1985.”Fanclub voor minister Brinkman.”Pano-

           rama.

1989.”Tekenen en schilderen,”nov. 1989.

1990.”Collection d’Arti,”Uitg. Arti et Amicitiae.

1990.”Hebben kunstenaars een toekomstvisie?”

           Doctoraalscriptie kunsthistorie,Rijks uni

           versiteit,Leiden.Drs. W.A. Meuter.

1991.”Expressie,”uitg. Continental  Art Centre.

1996.”Fred van der Wal schildert voor de eeuw-

           igheid,” Leeuwarder Courant 16.nov.’96.

1998.”Spiegelbeeld,” uitg.Arti et Amicitiae.          

     

 

Het copyright op alle getoonde werken berust bij de desbetreffende kunstenaar. De afbeeldingen van de werken mogen niet gebruikt worden zonder schriftelijke toestemming.

Olieverf op linnen, 50 x 70 cm, 2017, Titel: Daddy, keep your Big Mouth Shut!

Interview met de excentrieke pentekenaar Fred van der Wal door Vice Magazine

Tieme Hermans vertelde ons een tijdje terug over Fred van der Wal, “één van de beste pentekenaars van Nederland, travestiet, veelwijver en iemand die al bloggend ruzie maakt in heel kunstminnend Friesland.” Breng ons een interview met die man, Tieme, zeiden we tegen Tieme. En hij bracht het. Hier is het, doorspekt met Freds tekeningen.

Vice: Als mensen op zoek zijn naar jou, komen ze al snel terecht op pittige weblogs.


Fred van der Wal: Ja, op onder andere het Volkskrant-blog zijn wat conflicten geweest de afgelopen jaren die soms heel hoog opliepen. Ik ben al eens geschorst voor een paar dagen. Een aantal mensen heeft me proberen weg te werken. Dat is ze niet gelukt, maar de sfeer is soms erg anti. Ze kunnen in principe alles tegen me zeggen en me alles verwijten. Als ze met argumenten komen, prima.


En als er dan eens een keer een ‘je vrouw is een hoer’ voorbijkomt..?
Ik heb er steeds op aangedrongen dat we het rustig van toon moeten houden, want het kan heel gemakkelijk hoog oplopen, deze conflicten. Er is nu weer iemand die een conflict met me uitlokt. Een zekere Joost X, die met mijn oudste dochter omgaat. Die maakt me uit voor klootzak en strontzak. Dat gaat te ver.

Wat is nou de bron van al dat conflict met jou?
Veel kunstenaars houden gewoon teveel van vriendjes aaien. Je verzamelt een clubje vriendjes waar je gezellig mee omgaat. Dan ben je volkomen kritiekloos tegen elkaar, drinkt eens een glaasje. Dat vind ik geen goede zaak.

In je Amsterdamse periode maakte je toch wel deel uit van een bepaalde scene?
Galerij Mokum was een outsiders galerie in de jaren ‘60. We kregen geen subsidie en werden niet geaccepteerd door de musea en andere kunstenaars. Het realisme werd gewoon niet geaccepteerd. Het is niet zo dat wij de moderne kunst nou verwierpen, nee, de moderne kunstenaars verwierpen ons en wij kwamen nergens voor in aanmerking. Al die dingen samen kweken een bepaalde mentaliteit.

De strijd die toen speelde gaat eigenlijk verder op internet.
Ik denk dat dat het inderdaad gevormd heeft ja. Die sfeer van verzet.

In jou ook?
Dat is wel duidelijk. Maar het liefst heb ik het een beetje leuk. Zoals bij mijn vriend Hein Kocke. Dat is gewoon gezellig. Die heeft dieren, lekker wijntje erbij. Daar heb ik respect voor, dat is iemand die er echt voor moet knokken, dat moet ik niet. Ik ben geen kostwinnaar.

Daarom schop je soms een beetje aan tegen de gevestigde kunstorde?
Vaak wel ja.

En dat vind je leuk?
Eerder noodzakelijk. Niets zeggen en elkaar maar blijven aaien is niet mijn aanpak. Daardoor loop je in gezelschap makkelijk tegen conflicten aan. Een tijd geleden bijvoorbeeld op een vergadering van een kunstkring kwam er een vrouw aanzetten, zo’n nijlpaard. Die ploft op een stoel neer en begint dan te vertellen hoe druk en belangrijk ze wel niet is. Verschrikkelijk. Dan ga ik naar huis en schrijf er een stukje over.


Over een nijlpaard?
Over dat nijlpaard ja, en dan is het meteen weer raak. Dan krijg ik weer mailtjes van de voorzitster van de kunstkring. Maar ik ga het conflict niet uit de weg.

Sommige mensen vinden je misschien iets te eerlijk.
Dat zal best. En niet diplomatiek. Het is veel makkelijker om je te voegen in het geheel, je soepel op te stellen en mee te praten met iedereen. Dat verdom ik gewoon.

De stijl in je blogs en verhaaltjes maken je bijna een Nederlandse Herman Brusselmans.
Iemand zei ooit: ‘Je schrijft als Brusselmans, maar dan vloeiender.’ Toen ben ik maar eens wat gaan lezen, maar ik vind dat Brusselmans wel vaak over hetzelfde schrijft. Iemand moet altijd maar weer zijn zippo trekken. Ik heb hem eens in Gent zien lopen met zijn hondje. Het is echt een Belg. Hij heeft iets klunzigs en verneukeratiefs. En dan ziet hij er ook nog niet uit met die paardenkop. Het is zeker iemand.

Die arme Friezen kunnen dat soort taal toch helemaal niet aan van jou?
Nee, kunsthistoricus Huub Mous bijvoorbeeld. Dat is ook een voortdurende bron van over en weer hakketakken. Maar soms praten we ook gewoon met elkaar hoor. Dan zijn we gewoon twee heren die het over veel dingen wel eens zijn en zitten we gewoon gezellig met elkaar te keuvelen. Bovendien had ik de laatste keer dertig pilsjes op, dus dan weet je toch niet meer precies waar het over gaat. We hebben ook allebei de pest aan de Leeuwarder Courant. Jammer dat hij zich van me wil distantiëren omdat hij het met me oneens is op beeldend gebied.


Is dat een reden voor conflict?
Dat gebeurt in beeldende kringen heel gauw. Elke richting een hokje. Er is een groot spanningsveld.

Lekker wereldje.
Als ik het over had moeten doen, had ik hier nooit voor gekozen. Nooit. Geen haar op m’n hoofd.

Goh.
Al het gezeik onderling, al het geharrewar. Ik kan me wel iets leukers voorstellen.

Dan had je een vak geleerd?
Ik heb aanbiedingen gehad in de automatisering bij een grote onderneming van kantoormeubilair. Mits ik mijn baard af zou scheren. Nou, dat doe ik niet, want dan zie je mijn enorme babykop.

Tegenstand is wel jouw thema, hè?

Zo moet je ook leven. Tegenstand is mijn benzine. En als het goed gaat zoals nu, is dat niet zo goed voor mij. Dan verveel ik me.

Nu verveel je je?

Eigenlijk wel. De strijd is voorbij. Het is over.

En daar berust je niet in?

Ik vind ook niet dat je daarin moet berusten. Het moet doorgaan tot de laatste snik.

En nu komt de strijd niet meer naar jou toe?

Nu is het omgekeerd.

Je zoekt het op?

De strijd is mijn redding. In ‘76 kwam ik iemand tegen die zei: die jongen heeft een om zich heen schietende torpedobootjager in zijn bek. Mijn vrouw vond het afschuwelijk, zo’n torpedobootjager in je mond, maar ik vond het een eerbetoon. Je moet je altijd verzetten en je nergens bij neerleggen. Anders stond ik nu weg te kwijnen voor de klas op een lagere school.

Dus je had toen nooit gedacht dat je leven zo zou zijn toen je vijftien was?

Nee, de omslag kwam voor mij door contact met moderne literatuur, waarin mensen voorkwamen die zelf hun keuzes bepaalden. Toen dacht ik: wat ben ik eigenlijk een dikke lul als ik niet mijn eigen keuzes bepaal. Toen nam ik mijn eigen lot in handen.

Maar tóch zou je iets anders gedaan hebben achteraf?
Ja, het is teveel inzet voor geweest voor te weinig resultaat. Dan had ik liever reclame gekozen. Lekker een campagne maken tussen twee lachbuien door. Had ik een lekker luxe consumentenleventje kunnen leiden.

Dat rijmt totaal niet met wat je tot nu toe hebt gezegd.

Het leven is ook heel tegenstrijdig. Je hebt een hele hoop kansen op een bepaald moment. Door toevalligheden kom je bij wat je doet.

Heb dan het gevoel dat je het leven vergooid hebt met kunst maken?

Nee, dat ook niet. Het heeft alleen niet veel nut gehad.

Je hebt geen enkel doel gediend.

Misschien is dat wel het doel van de beeldende kunst. Dat het geen doel dient.

Vind je het raar om dat te bedenken?

Ik denk er eigenlijk niet over na, maar nu je het zegt, ja. Sommige musea hebben wel werk van me, maar hangen het niet op. Toch is het een basis voor iets. Het heeft geen gevolgen op dit moment, maar is wel een basis. Dus we houden hoop. Eigenlijk interesseert het me ook geen hol.

Is dit nu de ultieme vrijheid voor jou?

Vrijheid is altijd beperkt door je mogelijkheden en je omgeving. Ultieme vrijheid is fictie. Ik voel me niet beperkt, maar alles is relatief. Kun jij een beperking noemen?

Wilde seks op een altaar in België?

Dat is erg gevaarlijk heb ik gelezen. Daar kun je hele erge ziektes van krijgen. Seks is voor mij nooit een doel op zich geweest. Kunst maken ging voor alles, daar was alles aan ondergeschikt.

Kunst wint van seks.

Ik nam de kunst gewoon heel hoog op. Daar had ik toen alles voor opgegeven, alles. Op de academie in ’63 kwam Madeleine, het mooiste meisje van de klas gehuld in niets dan een handdoek mijn atelier binnen ’s avonds. Naïef als ik was, had ik het niet eens door en zei ik dat ik bezig was. Die kwam natuurlijk niet meer terug. Eigenlijk ben ik een lammetje, een zachte, witte duif. Je had wel seks op een Belgisch altaar met ‘fifty-fifty’ types. Mensen nemen dat heel serieus. Ze vragen me wel eens: heb je echt met al die mensen geneukt?

Ben je al vanaf je 25e monogaam dan?

Dat moet ik even opzoeken (is even stil). Nee, toch niet. Maar dat ligt een beetje gevoelig. Trouwens: een ouwe man vergeet nog wel eens wat...

Het klinkt een beetje als een vlucht, de armen van een ander opzoeken.
Zo gaan die dingen. Dat moet een jongerenblad begrijpen. Zeker als je jonger bent is de verleiding volop aanwezig. Ik denk er verder niet over na. Dingen zijn gebeurd en hoppa!

Dus soms moet je gewoon even hoppa?
Ik zit er niet over te tobben. Ik heb nooit ergens spijt van omdat ik er niet over nadenk. Mannen of vrouwen. Het maakt niets uit.  Het is gewoon gebeurd, hop, passé, volgende kilometerpaal. Je moet het in het leven gewoon een beetje leuk maken met elkaar. Anders moet je stoppen. Je moet het niet gaan verchagrijnen. Daar is het leven veel te kort voor.

Draag je nu jarretels?

Nu niet. Ik heb ooit jarretels van mijn vrouw gepikt voor een zelfportret. In ‘81 was dat heel choquerend, daar ga ik niet geheimzinnig over doen. Dan kwam er zo’n oude heer op bezoek om portretten te kopen die op zijn zachtst uitgedrukt een beetje vreemd zijn. Dan was ik wel een beetje zenuwachtig. Het is natuurlijk erg stout, maar ik ben geen Maarten ’t Hart die voor de gein in vrouwenkleding loopt.

Hoe choqueer je mensen tegenwoordig?
Ik weet het niet. Als patser, een laffe man, een nare, akelige rotzak. Zo wordt ik genoemd door mensen als dat nijlpaard. Dan is Fred weer de boeman in de kunstwereld, mensen zien er geen dubbele bodem en humor in. Dan komt dat hele verhaal van vroeger weer naar boven.

De geschiedenis herhaalt zich.

Ik denk dat ik van nature een verlegen mens ben, door zichzelf overschreeuwd. Vanuit een bepaalde eerlijkheid ben ik gaan schrijven. Tegen vriendjespolitiek in de kunstwereld. Toen begon ik brieven naar kranten te sturen, werd ik de gebeten hond en wilden mensen niks met me te maken hebben.

Maar je bevestigt dat imago wel natuurlijk.
Ik speel er meer mee. Zo is ook mijn kunst.

Je zelfportret met vinger in je neus bijvoorbeeld?
Ja, laat ze maar lullen.

Leef je eigenlijk niet het imago dat voor je is neergezet?
Goede vraag. Ik denk het wel. Maar ik maak geen ruzie met iedereen. Dat zou te gek worden. Dan ben je de dorpsgek. Misschien is het ook een parodie op het kunstenaarschap.

Schilder je niet uit eerzucht?
Het heeft te maken met jezelf te verwerkelijken. Om te proberen uitmuntende dingen te maken.

Dat is je doel?
Dat is het enige dat ik kan. In andere dingen ben ik middelmatig. Ik ben een middelmatige gitaar- en pianospeler.

In de kunst vind je jezelf briljant.
Eh… eigenlijk wel goed ja.

Briljant.
(lacht) Dat zeg ik natuurlijk wel. Maar het zichzelf benoemen als genie is natuurlijk ook een pose. Jeugdgenie of wat dan ook, het is zelfspot. Lastig hoor zo’n gesprek, je moet zo improviseren ook. Ik zit er nooit zo over na te denken. Ik ben niet zo introspectief. Het is makkelijker om iets op te schrijven.

Je zei: ik schep een modern wereldbeeld. Hoe zie je die wereld dan?

De wereld is interessant, veelzijdig, raadselachtig, gestructureerd. Ik schilder geen jonkvrouwen en paladijnen. Het gaat over mezelf en dingen die ik meemaak. De eerste vereiste is dat mensen het een beetje leuk met elkaar maken. Constructief met elkaar bezig zijn en conserveren. Niet stuk maken, niet gaan schieten, niet gaan moorden.

En jouw bijdrage daarin is?

Dingetjes maken, niet alleen kunst. Ik heb veel huizen hersteld, timmerwerk gedaan, kabels aangelegd, electriciteit uitgebreid....

Als een lezer een kabeltje nodig hebben kunnen ze jou bellen? Wie weet of ik voorstel mijzelf aan een kabeltjes te leggen. Daar kan ik uren over doorgaan...Pijn is fijn en met leer meer sfeer.
Bellen kan altijd...

Bonjour Monsieur Magritte. Olieverf op linnen 50 x 70 cm, door Fred van der Wal.

De juiste lamp op de juiste plaats

HET PSYCHOLOGISCHE (SUR) REALISME VAN BEELDEND KUNSTENAAR FRED VAN DER WAL 1966 – 1976

december 2, 2023
 

Pentekening Fred van der wal 1970 uit zijn surrealistische periode 1966 – 1976

Het beeldend werk van Fred van der Wal (potlood- en pen tekeningen, gouaches, collages, schilderijen, aquarellen, collages en fotos) valt uit een in surrealistische en realistische kunstwerken van 1966 -2020. Zoals bekend heeft het surrealisme een literair fundament. Zo noemde Fred van der Wal zijn werk regelmatig een psychologisch (sur)realisme hetgeen onderschreven werd door diverse kunst critici. Het spreekt bijna vanzelf dat de kunstenaar meer dan 104 boeken uitbracht en enkele teksten over beeldende kunst en inleidingen voor catalogi. Hij kwam in 1964 in contact met de Stedelijk Museum fotograaf G. Punte die een verzameling surrealistische catalogi en beeldmateriaal verzamelde. Leraar Nederlands L. Kip van de Da Costakweekschool te Bloemendaal wees leerling Fred van der Wal op het bestaan van de Amsterdamse Galerie Mokum die in de jaren ’60 diverse exposities van surrealistische kunstenaars organiseerde. In 1967 werd Fred als vaste kunstenaar van de galerie tot 1973 ingeschaald. De galerie eigenaresse en enkele aan Mokum verbonden kunstenaars waaronder Teun Nijkamp en ex-leerlingen van de Rietveld academie waren tegen het werk van Fred.


Wikipedia over het Surrealisme de vrije encyclopedie


Ontstaan 1924
Plaats van ontstaan Frankrijk
Hoogtepunt 1940
Bedenker André Breton
Bekende kunstenaars Salvador Dalí, Max Ernst, Joop Moesman, Jean Arp, Emiel van Moerkerken, Brassai, Manray, René Magritte, Paul Delvaux


Wikipedia: Het surrealisme is een kunststroming in de moderne kunst ontstaan als literaire stroming in het begin van 1920. Hoewel er een hoogtepunt van het surrealisme is waar te nemen tussen 1925 en 1940, in zowel schilderkunst, beeldhouwkunst, fotografie als in de literatuur, is het surrealisme nog steeds aanwezig en actief.
Fred van der Wal: Resultaten van surrealisten in onze euw blijken over het algemeen van een oubollige, achterhaalde en gedateerde signatuur. Déja Vu kunst van gekopieerde vooroorlogse kunsterwerken.
Wikipedia: Het is de Franse schrijver en essayist André Breton, die in 1924 zijn opvattingen omtrent het surrealisme in de kunst, vooral de schilderkunst en de literatuur, te boek stelt in het Manifest van het Surrealisme (Frans: Manifeste du surréalisme).


Fred van van der Wal: In een antiquariaat kocht in een niet open gesneden uitgave van Manifeste du surréalisme in de jaren ’80. In 1963 las ik ‘ Fantastic Art, Dada and Surrealism’ , catalogus Museum of Modern Art door Alfred Barr Junior. Eén van de afgebeelde surrea-listen in deze standaard uitgave, Kristians Tonny, sprak ik in 1968 en 1969 verschillende keren in Amsterdam.


Wikipedia: Over de relatie tussen het surrealisme en de schilderkunst publiceerde Breaton in 1928 Le surréalisme et la peinture, dat in 1965 met vele nieuwe toevoegingen nogmaals werd uitgegeven. Teleurgesteld in het rationalisme, dat door de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog te optimistisch was gebleken, en geïnspireerd door de ideeën van Sigmund Freud, stellen surrealisten de door vrije associaties gekenmerkte bewustzijnstoestand van de droom centraal. Het surrealisme is een van oorsprong literaire stroming, die in 1924 in het manifest van André Breton werd gedefinieerd als: Automatische spontaneïteit in zijn meest pure vorm, waarin men probeert – verbaal, door het geschreven woord, of in welke vorm dan ook – de manier van denken te laten zien, geleid door fantasie, zonder enige gecontroleerde ratio en los van morele waarden. Meestal uitgevoerd in een hyperrealistische stijl stellen de surrealisten beelden samen in absoluut onverwachte, verrassende, zo niet schokkende combinaties. Het is echter evenzeer mogelijk, zoals het werk van Hans Arp bewijst, dat de werken totaal abstract zijn, of, zoals in het werk van Joan Miró, herkenbaar maar zeker niet realistisch. Surrealisten proberen hun fantasie zo veel mogelijk de vrije loop te laten. Ze schilderen bijvoorbeeld droombeelden. Automatisch tekenen is ook een manier om je fantasie te tonen. In teksten wordt vrij geassocieerd.


Fred van der Wal: Literair heeft het surrealisme weinig opzienbarende teksten en beeldende kust van blijvende betekenis opgeleverd.

 

 

Tekening potlood op papier, 50 x 70 cm door Fred van der Wal. De pitbull van de realistische schilderkunst

OVER SCHRIJVEN EN SCHRIJVERS  

Moet u nadien nog veel in uw teksten over kunst of literatuur schrappen?   

Nou... nee...soms wel, soms niet… ik ben niet zo'n geweldige schrapper en ook geen tobber.  Er zijn natuurlijk auteurs die hun lezers wijs maken dat ze een verhaal honderd eenentwintig keer schrijven en honderd twee en twintig keer verscheuren, hun schrijfmachine in de gracht willen gooien en dat dan de honderd zes en twintigste keer. het slaagt.. Nee, dat soort dingen doe ik niet.  Het is tijdverlies. Ik schrap betrekkelijk weinig, steeds minder, behalve stijl-, typ- en spelfouten, die haal ik er zo veel mogelijk uit, maar ik verbeter wel heel veel als een zin niet loopt of de samenhang en de causaliteit niet duidelijk is en ik plak er ook soms nieuwe stukken tussen als mijn inzichten op bepaalde punten veranderd zijn. Wel haal ik steeds vaker namen van bestaan de personen uit mijn verhalen, omdat ik herkenbaarheid  minder belangrijk vind dan toen ik in 2006 begon met weblogs te schrij ven.  Tevreden met een tekst ben ik zelden of nooit. Het kan altijd beter en daarom herschrijf ik veel.    Je hebt van die wijsneuzen die je dat dan kwalijk gaan nemen, maar dáár trek ik mij natuurlijk niets van aan.  

Maar al die foto's van na 1966, van veel galerie- en museum openingen, BBK bijeen komsten, werk fotos en verslagen van kunstenaarsbijeenkomsten  die U in Uw archief heeft daar kunt U toch wat mee doen...  

En dan zou er ook een uiteenzetting bij kunnen volgen met alle lasterverhalen en leugens die er over mij zijn verschenen ... Daar is het eind van zoek. Bij de gedachte alleen al word ik kotsmisselijk. Ik word er ook erg moe van als hier een beginnende kunstenaar langs komt in korte broek op een racefiets, een dilettant uit Groningen , die me meteen begint aan te vallen en eigenlijk nergens verstand van heeft.  Zo iemand leert meestal voor tekenleraar, die wijs ik de deur na een paar bezoekjes over en weer.  In eerste jaars academie leerlingen met praatjes heb ik geen interesse.   Ik heb gehoord over een artistieke meneer die denkt dat op het knopje van een digitale camera drukken kunt oplevert, die vreselijk bang voor mij is en diners af zegt als hij weet dat ik aan zit.    Ik bedoel: je kunt wel over jezelf schrijven als over een miskend jongetje en al zijn ellende op school en in zijn jeugd, die in mijn geval ook…het was een hel die eerste vijfentwintig jaar, dat kan een Fries die zelf als dorpeling in een beschermd milieu is opgegroeid en mam-mas oogappel was, niet begrijpen, ik was totaal ontmoedigd, mijn opvoeders waren gedemoniseerde psychopaten, drie, vier keer per week wordt ik nog geteisterd door nacht-merries uit die tijd, dat gaat nooit meer over en slaapmiddelen of anti depressiva helpen daar niet tegen, mijn zuster is geestelijk en lichamelijk van kleuterleeftijd aan door de 'opvoeders' decennia lang al een psychiatrisch geval waarmee het bergafwaarts gaat, mijn broer heeft een paar keer zelfmoordpogingen ondernomen tot hij werd dood geknuppeld in 1985 door een potenrammer in Haarlem in een steegje, het is te hopen dat hij net op klaar komen stond, le petit mort, over mijn milieu tussen 1942 en 1967, toen ik van die onmensen ook nog afhankelijk was, daar kunnen weinigen over mee praten of zo-want ik ben vervolgd en ik word vervolgd- en dat jongetje uit de veertiger jaren-Fred van der Wal dus- is dan desondanks al die ellende een groot kunstenaar geworden.    Maar als hij nou eenmaal beeldend kunste naar is is, dan is de vraag: is hij een onsterfelijk kunstenaar, een groot kunstenaar, of heeft hij al die modder die over hem heen gegooid werd en wordt, door zich heel christelijk voordoende ogenschijnlijk fatsoenlijke burger-mensen, ook verdiend?     Allicht moet de artiest van zichzelf denken dat hij een goed en geweldig kunstenaar is; anders moet hij ophouden, dan moet hij maar een fietsenstalling of een prentbrief kaarten uitgeverij in een Gronings dorp gaan beginnen of een vrouw hebben die op de markt staat met een kraam of in het hoger onderwijs zit. Dus dan moet je daar ook nog eens een keer tegen gaan polemiseren, tegen de massieve domheid en vooringe nomenheid van gereformeerde provincia len...” In gereformeerde kringen loop je tegen een muur van kauwgummi met plakplaatjes aan, daar heb ik mij in -1965 al voor goed van gedistantieerd.    Je hebt twee keuzes in het leven; je wordt hamburgerbakker of je wordt artiest en ik ben geen burger dus heb ik ook niets met hamburgers.  

Heeft die keuze invloed gehad op de inhoud, toon of stijl van Uw werk?  

Het pleasen van het publiek is mij vreemd, dat laat ik liever over aan de gesubsidieerde staatskunstenaars. Zeg ik chique, maar ik meen het ook. Ik zou ook niet weten hoe ik de mensen voor mij in zou moeten nemen, daar moet je een ingeteerd watje als Japin voor zijn of een arrogante kletskous als Mulisch was. De smaak van het publiek is onvoorspel-baar. Ik schrijf daarom uitsluitend om mezelf een plezier te doen. Ik ben mijn eigen publiek, mijn eigen Meester, mijn eigen slaaf.     

Ja, maar ik denk nu eigenlijk gewoon aan literaire herinneringen of ontmoet ingen met internationale grootheden. Je hebt bijvoorbeeld dat boek van...   

Natuurlijk, je hebt zo je vrienden en kennissen overal, enzovoorts, dat zal wel. Ik heb daar het dagboek van Frederik van Eeden in de kast staan. Dat heb ik onlangs helemaal ge-lezen. Een heel wonderlijke man.  Daar staan een heleboel herinneringen in aan beroemdheden die hij ontmoet heeft in binnen- en buitenland.  Maar zo'n soort leven heb ik niet en dan nog…wat schiet je er mee op?    Ik ontmoet hoog uit de een of andere met zichzelf zeer ingenomen overschatte gesubsidieerde Hollandse staatskunstenaar die overbe-taalde percentage opdrachten vervult omdat hij overal zo zijn vriendjes heeft.  Nee, die let wel op zijn woorden, anders kost het heel wat centjes.  Zo iemand is het bij voorbaat met iedereen eens. Ik noem zo iemand een platte slijmjurk.  En dan wil ik het nog niet eens hebben over die meneer R. die op een opening van mijn schilderijen in de Bourgogne stiekem achter zijn hand denigrerende opmerkingen over mijn werk lispelt tegen zijn zoontje.  Zo iemand krijgt nooit meer een uitnodiging, die negeer ik verder.  Ongevraagd kwam hij vlak voor de opening van mijn eenmanstentoonstelling herrie trappen omdat hij vond dat ik op “zijn terrein”  in de Bourgogne was.  Ik ga in Frankrijk dus niet om met Hollandse beeldende kunstenaars, dat zijn doorgaans watjes of stukken frustraat.  Ik heb wel regelmatig contact met Franse, Engelse en Amerikaanse kunstenaars.  Heel ander soort mensen.   

Nee, maar dat had bijvoorbeeld een man als Vestdijk ook niet al die ontmoetingen.  En toch heeft hij een aardig boek gemaakt met zijn Gestalten tegenover mij.    

Ja, maar Vestdijk maakte overal een aardig boek van en of dat nou een goed boek was dat weet ik ook niet, net zo min of die Gestalten tegenover hem misschien wel schijn gestalten waren,  maar Vestdijk was eigenlijk ook een autistische man die heel slecht contact met de medemens had en die attitude, dat wordt geimiteerd door iemand als de auteur Martin Hart kamp, die in dertig jaar drie boeken schreef en dan gaat dat laatste boek uit 1993 over een ouwe lul die een meisje van achttien probeert te versier en achter op de roestige bagagedrager van zijn opoefiets. Identificatie en isolement zijn niet voor niets zijn sleutelbegrippen. Als Hartkamp ergens in geslaagd is…Zijn isolement is zelf gezocht.       

 Klaarblijkelijk heeft Vestdijk veel letter kundigen gekend .      

Ja, maar of hij ze goed gekend heeft, dat weet ik niet.

Hij kon er in ieder geval over schrijven.

Vestdijk kon overal over schrijven, maar hoe, dat is de vraag...ik vind het allemaal erg achterhaald en totaal oninteressant als ik een boek van die auteur nog eens een enkele keer  open sla. De Anton Wachter romans uitgezonderd, maar die lees je daan eens één keer en ook niet vaker.  En misschien ook De koperen tuin en Ivoren wachters.

U heeft toch ook nogal wat mensen uit het artistieke veld gekend in Amsterdam      

Allemaal erg vermoeiende personen. Ik zou er niet graag over schrijven of ze regelmatig over huis halen. Voor je het weet wordt je minderjarige dochter plotseling erg dik of heeft je vrouw op onverklaarbare wijze een geslachtsziekte opgelopen en blijkt je zoon bekeerd tot het homodom, die vervolgens aids op loopt na een snelle wip. Het enige stuk van dien aard dat ik in positieve zin geschreven heb over een collegaatje, is dat artikel over een onbekende Groningse kunstschilder die gehuwd was met een studente van mijn echtgenote, zo kwamen wij met hem in contact.    Die heb ik twee keer op zijn huurflat ontmoet, twee middagen en toen in eens hoorde je niets meer van hem nadat het artikel dat ik over hem schreef was gepubliceerd. Mijn echrgenote en auteur dezes zijn toen nog bij zijn huwelijk aanwezig geweest. Dat was vlug afgelopen. Hij ging toen scheiden van die vrouw. Ze het met een Groningse bisexueel had aangelegd. Hij zal wel tekenleraar geworden zijn of curususjes geven aan mensen die het nooit zullen leren. Zo eindigen veel provinciale kunstenaars. Voor de klas waar ze thuis horen met een dertiende maand, pensioen opbouw en een paar weken vakantie.   Weeer anderen eindigen in een Zeeuws dorp en worden ondanks hun pretenties in  gescheurde morsige spijkerbroeken voorzitter van de provinciale Zeeuwse kunstenaars vereniging om daarna in het vergeetboek te belanden.       

Gesteld dat U het Frank Forrest verhalen boek in zijn geheel zou schrijven, dus de volledige autobiografie: hoe zou U dat dan doen? Gewoon in chronologische volgorde?      

 De Frank Forrest verhalen zijn, voor zover ik mij herinner, niet strikt chronologisch...   Maar men zou ze chronologisch kunnen ordenen. Dus bijvoorbeeld ‘Bij de dood van mijn vader’ ergens vooraan en ‘Een laatste warme dag’ over zijn crematie ergens achteraan        

Ja, misschien wel, missschien ook niet.

Er is natuurlijk een autobiografie denkbaar waarin de 'ik' die vertelt gelijk opgroeit met de 'ik' die beschreven wordt in het boek. Maar dat is in die Forrest verhalen niet zo. Er is iemand aan het woord, die uit een later tijdperk terugkijkt. Dat is ook veel echter. Een kind van vier jaar of twaalf jaar kan niet vertellen zoals ik dat doe. Neem nou zo'n boek als Vie de Henry Brulard, dat begint zo: "Vandaag ben ik veertig of vijftig jaar geworden..." Dus een volwassen man  vertelt fragmenten uit zijn jeugd na... dat is altijd gekleurd, dat kan niet anders!      

Zoiets staat u voor de geest?      

Helemaal niet. Ik heb niet een bepaald systeem. Er staat mij, wat U noemt, niets vooor de geest. Maar het komt er inderdaad op neer dat ik het op die manier doe.       

Denkt u dat u nog in staat zou zijn de ontbrekende delen uit de Frank Forrest biografie op dezelfde manier en in dezelf de, laten we zeggen: rancuneuze schrijf trant aan te vullen?

       Niet van ganser harte, nee. Want u ziet dat de visie, laat ik zeggen van de hoofdpersoon, op die vader in De dood van mijn vader al anders geworden is dan in Een laatste warme dag. En zo gaat het met een hoop dingen. Maar ja, ik kan me toch... Kijk, volgende maand word ik twee en zestig. Een man van die leeftijd kan toch niet in ernst kwaad worden op zijn vader, een slapjanus, een psychiatrisch geval, een laat maar waaien figuur, die niets tot stand heeft gebracht en nu al lang dood is. Dat kan toch niet...dan zou ik net als mijn geestelijk gehan dicapte zuster vervallen tot een stokebrandje in bedreigende wereld waarin waan en werkelijkheid door elkaar heen lopen.      

Wilt U taboes doorbreken of shockeren?      

Wie schrijft om te shockeren schrijft om ver keerde redenen.  Zoals dat boek "Vochtige streken", dat vind ik echt helemaal niets, smerigheid om wille van de smerigheid, dat is niet mijn idee van schrijven. Ik zal ook nooit pornografie schrijven omdat het te eenduidig is en niets aan de fantasie over laat.       Vroeger waren schrijfsters echtgenoten van academici of staatslieden en hadden personeel .   Zoals Lady Cynthia Asquith, echtgenote van een politicus, waar ik als tiener een heel spannend griezelverhaal van las in de trant van Edgar Allen Poe en Lovecraft.  Daar heb ik biografieën over in huis uiteraard, maar ik vind het schrijvers van niks. Volkomen gedateerde flauwe kul. Marten Toonder is nog beter. Het is helemaal droevig als dat wordt nagebauwd door middelbare dames met afgezakte tieten die denken dat ze kunnen schrijven en dan die rommel gaan imiteren, maar dan nog zes klasses minder. Hollanders zijn op cultureel gebied de Japanners van Europa; groot in imitatie, epigonisme en plagiaat.       

Men kan zich afvragen of, naarmate een kunstenaar ouder wordt, een gedeelte van zijn creativiteit niet weg valt, juist omdat je bij het ouder worden alles relativeert.      

Bij sommigen misschien wel. Ik weet niet of je creativiteit wegvalt. Bij mij in elk geval niet. Je eigen leven loopt af als een roestige wekker waar de veer uiteindelijk van breekt en je ziet op de lange duur dat er aan allerlei dingen toch niks meer te veranderen is. Dus waarom zou je je dan over allerlei dingen nog opwinden? Dat doe je niet meer. Kapitein Raymond Westerling wond zich vreselijk op over al die leugens die er over hem werden verteld voor radio en televisie door politiek linkse, volkomen verwerpelijke journalisten. Die is er toen in gebleven op twee en zestigjarige leeftijd. Ik sprak hem nog vlak voor zijn dood door de telefoon. Links hing toen de rode vlag uit na zijn overlijden.  Hufterigheid is het kenmerk van Holland.   Dat wil ik als het even kan toch maar liever voor komen dat zoiets mij overkomt. Ik heb een betaald graf op de begraafplaats van Couloutre voor twee personen, eeuwig durend, het wordt niet na vijftien jaar geruimd zoals in Nederland, dat vooruitzicht ligt wat gerieflijker, voor slechts honderd drieëntwintig euro. Het is ook makkelijker bij de opstanding der doden, dat je niet je botten ergens van een vullishoop bij elkaar moet zoeken als de trompetten schallen. Nou U!       

Maar zou dat inhouden dat een gedeelte van het creatieve werk inderdaad ont staat uit opwinding?        

Daar heb ik onder andere in mijn verhaal “Een natte moesson in Groningen” en stukken over de beeldende kunst zeker geen geheim van gemaakt.    Een zijlijn in het verhaal betreft een gereformeerde Groningse kunstschilder Hank Duvelsjas.

Bedoelt U daar een huisschilder uit Westeremden mee ?      

Hank Duvelsjas is een composietfiguur. Ik heb er niemand specifiek mee bedoeld. De bedoelde schilder is als persoon volkomen oninteressant. Een kunstschilder die commer- ciële plaatjes maakt en elke zondag braaf twee maal in de vrij gemaakt gereformeerde art. 31 kerk zit te dutten. Groningse en Friese kunstenaars lijken allemaal op elkaar. Je kunt van achteren ook nauwelijks het verschil tussen mannen en vrouwen zien in die provinciale artiestensien. Allemaal haar tot op d’r lui hun reet. En een lange baard zegt tegenwoordig met al die hormonale mogelijkheden ook niets meer over het geslacht. De schilderes Isis Nedloni vind ik heel wat interessanter, daar kijk ik liever naar.    

De passie achter 'het fotograferen' van wat dan ook?      

 Dat je - om 't wat dik te zeggen - niet iets wilt vastleggen van de vergankelijkheid. De onhistorische vergankelijkheid. Balkenende die uit een vliegtuig stapt vind ik niet interes sant, want dat doet-ie drie keer per week met zijn houten brillenkop en iedereen fotografeert dat drie keer per week. Foto's die ik maak zijn van dingen waarvan je hoopt dat nie mand erop let. Ik nam de fotografie nooit erg serieus, maar ik kreeg onlangs  een expostie aangeboden van mijn bizarre fotos. Vijftien jaar geleden maakte ik dingen die toen nog vrij origineel waren. Fragmenten van pompeuze, soms lelijke, maar heel vaak schitterende grafmonumenten bijvoorbeeld waar Frankrijk heel rijk aan is. Dingen waarvan Friezen zeggen: wà's daár nou áan, màn, daar kan je toch niet van vretten?! Die dingen fotografeer ik.  Op het ogenblik dat je het fotografeert, is het nog niet vergaan, 't is nog een actualiteit. Fotograferen is een poging van mensen om te proberen er achter te komen in wat voor wereld ze staan.  Alles verandert, alle auto's..., de hele scene, zoals ze dat tegenwoordig modieus zeggen, verandert per seconde.  Dát vastleggen... Foto's die ik lang geleden maakte en nu weer bekijk geven me vaak associaties. Het is bijvoorbeeld niet zo leuk te constateren gut ja, toen ik die foto maakte was ik tien, vijf tien  jaar jonger. Jazeker, morbide onder werpen, de hele wereld is morbide. Alleen, als ze ansichtkaarten maken, laten ze dat weg. Ik heb een foto van een man die tijdens een familietwist geveld is en op de grond ligt in een plas bloed met een bijl in zijn kop. Ik verzeker u dat dát pas echt morbide is.      

U heeft tien computers en negen foto camera's ?      

Ik begon al heel jong met fotograferen en kreeg een Kodak boxcameraatje toen ik negen jaar was, of tien.  Zo ging dat.  Daarna had ik een 6 bij 9 rolfilm camera met dubbeluittrek en een dubbele anastigmaat. Een ouwe wijven camera vond ik het omdat mijn oma daar mee voor de oorlog had gefotografeeerd.  Vrijwel alle fotos zijn mislukt. Nu heb ik een Minolta XG 3 die ik nooit meer gebruik en een Minolta motordrive, een Praktica, een Yashica twee ogige spiegel reflex 6 x 6 en een Yashica 4 x 4, een Fuji F 10, verder nog twee digitale cameras en een half jaar geleden kocht ik een dure Canon digital camera. En ik had ook nog een VHS video camera. Begin jaren zestig gebruikte ik nog wel eens de Zorki kleinbeeld camera van mijn broer of een Praktika.   Mijn donkere kamer apparatuur stelde ik meestal tijdelijk in de badkamer op voor een week en vergrootte dan honderden fotos achter elkaar. Vergrotings-apparaat, waterbak, ontwikkelaar- en fixeerbakje, stopbad, flesjes chemicaliën, maatglas, aanvankelijk ook nog een glansmachine tot je PE papier kreeg.  Geen luxe outfit, zelfs geen tijdklok, nee; 't moest allemaal een beetje wrak zijn, net als in die film “Blow Up” waar simpele donkere kamer apparatuur een grote rol speelt. Het heeft me bijvoorbeeld moeite gekost om de Minoltas niet meer regelmatig te gebruiken en de beide Yashicas van twintig jaar oud in de steek te laten voor de moderne high resolution cameras, die de beelden op memorycards op slaan.  Wat betreft die computers; ik gooi een gebruikte niet weg en verkopen heeft ook geen zin, want wat krijg je er voor? Een pentium 4 met windows XP is voor een paar tientjes te koop in de dump. Ik hoef niet het nieuwste van het nieuwste te hebben.  Mijn kleinbeeld negatief Minolta scanner is al weer jaren oud.  

(wordt vervolgd)

Foto fred van der Wal te Couloutre. Bourgogne. Fotograaf onbekend.


VERS VAN DE PERS, NIET PERVERS! VERHALEN/GEDICHTEN VERZAMELBUNDEL F.V.D.WAL E.A.!
Geplaatst op 22 mei 2011 door fredvdwal    

VERS VAN DE PERS… MAAR NOOIT PERVERS !  

AUTEUR FRED VAN DER WAL MET ZIJN NIEUWE VERHALEN/GEDICHTEN

VERZAMELBUNDEL, UITG. WRITEHISTORY, BELGIË

NEGEN BOEKEN TUSSEN 2009 EN 2011 WAAR FRED VAN DER WAL IN FIGUREERT!

Januari 2009 kwam “Schrijversblokkade”, de eerste 181 paginas A4 bundel verhalen van Fred van der Wal uit bij Uitg. World Wide Association Of Writers, België

Februari 2009 bij uitg. Francastic een verzameling reproducties in boekvorm van Nederlandse kunste naars waar hij deel van uit maakt.

Augustus 2009 powezieverzamelbundel “Tegenlicht” bij Uitg. Writeshistory, België

Augustus 2009 Jubileumboek Nederlandse Kring Van Tekenaars

Okt. 2010 “Bitterkoekjes”, bij Uitg. Writeshistory, België

Maart 2011 “A black page in Art”, tekeningen Fred van der Wal, in eigen beheer

April 2011 “Staat de verwarming aan?” bij Uitg. Writeshistory, België

April 2011 “Strooptocht op kousenvoeten” bij Uitg. Writeshistory, België

In voorbereiding:

Aug. 2011 Het jaar dat de jasmijn twee maal bloeide, uitg. Uniboek

Fred van der Wal schreef van kindsbeen af verhalen. Hij onderhoudt 4 weblogs (o.a. Volkskrantblog van 2006-2011) met verhalen, fotos, jeugdherinneringen en reproducties van eigen werk. Het vroege werk van 1959-1967, verhalen, collages, schilderijen en tekeningen werd door zijn opvoeders vernietigd toen hij voor de kunst het huis mei 1967 uit werd gezet zonder een rooie cent uit de Heemsteedse villa met een rijksdaalder op zak op de bonne fooi naar Amsterdam trok waar hij 10 jaar tevoren uit was vertrokken.
Bij de in 1981 gestichte brand in zijn atelier in Amsterdam oud west ging een groot aantal collages, tekeningen, auqarellen en een kostbare designbank verloren. Toevallig was de artiest deze dag af wezig.
Inmiddels hield onze onstuitbare artiest tussen 1966 en 2011 meer dan 340 groeps- en eenmans tentoonstellingen. Twijfel aan zijn kwaliteiten kent onze bevlogen kunstenaar niet.
Hij is lid van de kunstenaarsverenigingen Arti et Amicitiae te Amsterdam sinds 1972, Pulchri Studio te Den Haag sinds 1974, Groupe Nevers in de Bourgogne sinds 2004, De Nederlandse Kring Van Tekenaars sinds 2007. Het Stedelijk Museum te Amsterdam heeft 10 werken van hem in eigendom en het ICN (Instituut Collectie Nederland) 59. Naar het prentenkabinet van het Rijksmuseum te Amsterdam zijn 13 werken uit de ICN collectie van de kunstenaar overgedragen, in de Dieuwke Bakker Collectie tenminste 2 werken en in de kwalitatief mindere AMC collectie eveneens werk vertegenwoordigd . Schilderijen en grafiek zijn aangekocht in de 70-er jaren door de NKS project comissies.

De Dieuwke Bakker Galerie Mokum Collectie kocht najaar 2005 een tekening van Fred aan voor 1500 euro, de hoogste prijs tot nu toe. Zijn door de BKR aangekochte werken dragen het kenmerk BCW (Bijzondere Culturele Waarde) en worden als cultureel erfgoed niet verkocht.
Het werk van de kunstenaar werd tusssen 1978 en 2011 geboycot door de Friese/ Groningse overheden, galeries en provinciale expositieruimtes. Een fervent tegen stander sinds 1978 van het werk van Fred van der Wal is de ex-consulent beeldende kunst drs. Huub Mous. In de jaren ’80 en ’90 was de Friese extreem linkse BBK olv Martine Bakker en de Fryske Kultuerried, maar ook de Groningse kunstschilder Henk Helmantel  en zijn manager drs. H.v.S. felle tegenstanders van het werk van onze kunstenaar. De Amsterdamse kunsthandelaar L. Brons insinueerde dat onze Fred achter de diefstal van tientallen werken van Helmantel zat, hetgeen laatst genoemde niet tegen sprak.

Fred van der Wal werd voor een aantal Noordelijke kunstenaars initiatieven en verenigingen zonder opgave van redenen geweigerd. In 2005 en 2009 werd onze kunstschilder nog geweigerd voor de Friese kunstclub Fria, een vereniging die indertijd bij hem thuis werd opgericht in 1985. In 2010 werd de kunstenaar zonder opgave van redenen geweigerd voor de Bildtse Kunstkring, de Noordelijke realisten en het Portret schildersgenootschap.

Wellicht is zijn Amsterdamse afkomst de oorzaak van de provinciale tegenwerking. De zelfbewuste kunstenaar, die door de tentoonstellings organisator Harald K. de ‘Bonte Hond van Friesland’ werd genoemd, lijkt ondanks alles toch bescheiden gebleven en lust een aardig glaasje, trekt zich dan ook gaarne terug in zijn ateliers in Couloutre in de Bourgogne of in Sint Annaparochie te Friesland.

De kunstenaar onderhoudt weinig contacten met Friese of Groningse kunstenaars.
 

 

Altijd Vandaag Schrijven over kunst, door Rob Smolders: ik ben ermee begonnen toen ik kunstgeschiedenis studeerde en het is altijd de rode draad in mijn werkzame leven geweest. Ik bespreek actuele tentoonstellingen en publicaties en reageer op zaken die me ergeren of opvallen. Daarnaast (her-)plaats ik oudere teksten van mezelf die onvindbaar of vergeten dreigen te worden. Lees meer over mij...Neem contact op Fred van der Wal De aardigste querulant van het land Fred van der Wal, Kopklem Fred van der Wal uit zich gemakkelijk in woord en beeld. Dat gemak, of althans de lage drempel om dingen te tonen dan wel te zeggen die anderen in vroeger tijden alleen maar dachten, leverde hem al in de jaren zestig de eretitel op van protestschilder. Anderen vonden hem een narcistische gestalte. De Lisser Courant noemde hem ooit ‘een zichzelve zoekende in onvrede met zijn omgeving’. Het is destijds aan mij voorbijgegaan. Het zou nog een halve eeuw duren voor ik hem in persoon heb ontmoet. Tijdens dat bezoek, een paar jaar geleden, kreeg ik niet alleen zijn werk te zien dat verspreid over zijn huis hangt, staat en ligt, maar gaf hij ook een globale indruk van de verwijten en verwensingen die hij in ruim een halve eeuw namens de schrijvende en schilderende goegemeente naar zijn hoofd heeft gekregen. Ik kon er alleen maar met verbazing kennis van nemen. Ik zie geen spoor van protest in zijn beeldende werk. De vraag of hij in sterkere mate door narcisme wordt gehinderd dan andere kunstenaars is niet aan mij om te beoordelen. Dat hij op zoek is naar zichzelf waag ik te betwijfelen, maar het staat vast dat hij in onmin leeft met het deel van zijn omgeving dat men de kunstwereld pleegt te noemen. Die gevoelens zijn dus wederzijds. De last die beide partijen ervan zeggen te hebben, lijkt ongelijk verdeeld. Fred van der Wal komt op mij niet over als een gekweld mens en als hij al ergens wakker van ligt, zijn het zeker niet de oordelen die anderen over zijn persoon uitspreken. Zelf is hij een man van het vrije woord. Hij blogde al toen het woord nog helemaal niet bestond, noch het medium dat er de gelegenheid voor zou bieden. Middels eigen schotschriften, ingezonden brieven in kranten en interviews geeft hij al decennia lang zijn ongezouten mening over alles wat hem opvalt, en dat is veel. Maar hij is een man zonder invloed en je kunt je afvragen waarom hij zich steeds zo hardnekkig met zaken bleef bemoeien die door zijn toedoen geen andere wending hebben genomen. Op andere vlakken, bijvoorbeeld als het erom ging kunstenaars bijeen te brengen zoals in 1985 bij de oprichting van de Friese kunstenaarsvereniging Fria, heeft hij wel eens bestuursverantwoordelijkheid genomen, en dat duurde zo lang totdat anderen hem aanwezen als een steen des aanstoots en hij zich schielijk terugtrok. De lezing die hij er zelf later van gaf spreekt boekdelen: ‘In een serie ingezonden brieven in de Leeuwarder Courant van mijn hand riep ik niet-gesubsidieerde kunstenaars op om een belangenvereniging te stichten. De gevolgen van mijn oproep tot het opzetten van een nieuwe kunstenaarsvereniging waren ernaar.Maandenlange bedreigingen van overgesubsidieerde extreem linkse BBK kunstenaars, dreigbrieven met hakenkruizen, aankondigingen van brandstichting, doodsbedreiging, stenen door mijn ruiten en een insluiping in mijn atelier door de agressieve Groningse communist Siep van de Berg op een moment dat alleen mijn jongste dochter thuis was waren het gevolg van mijn initiatief.’ Dat riekt allemaal naar uit de hand gelopen Don Quichotterie. Het is een verhaal met een geschiedenis en een context die maken dat hij het er nu nog over heeft. Het ging hier en in veel andere gevallen niet om zakelijke meningsverschillen. Dit ging over hem, de autodidact, de vrijdenker, de activist, de man in de contramine. De Amsterdammer die in de provincie kwam vertellen hoe het ook kon, hoe het anders moest. De man om bang van te zijn. Ik vroeg hem waarom hij het allemaal opzocht. Fred van der Wal, geboren middenin de oorlog in Renkum en op vroege leeftijd door zijn ouders ondergebracht bij zijn grootouders in Heemstede, had al van jongs af een voorliefde voor tekenen met potloden. Hij moest en zou kunstenaar worden, mocht van zijn opvoeders niet naar de academie en maakte de school van hun keuze, de kweekschool, niet af. De verbanning uit huis nam hij voor lief. Hij besloot zijn geluk te gaan beproeven in Amsterdam. Kunstenaar werd hij toch, door zich te verdiepen in het surrealisme dat hem toen het meeste trok, en door zich verschillende tekentechnieken en later ook het schilderen met olieverf eigen te maken. Gemakzucht kun je hem daarin niet verwijten. In alles wat hij aanpakt streeft hij een bijzondere precisie na. Over zijn werk is al dikwijls opgemerkt dat het lijkt op iets wat het niet is: potloodtekeningen die niet van een litho te onderscheiden zijn, voorstellingen in Oost-Indische inkt die wel van de etspers lijken te komen, olieverfschilderijen met de scherpte van een kleurenfoto. Daarin verraadt zich misschien de autodidact die niet denkt vanuit het maken, maar vanuit het beeld dat hem fascineert. De beelden die hij kiest zijn vanzelf eigentijds. Hij heeft actiefoto’s van American Football in verf omgezet en een serie schilderijen gemaakt van flaneurs op een boulevard. Zonder zich bewust bij een internationale stroming aan te willen sluiten, werd hij een fotorealist zoals er in Nederland weinig waren. Zijn eigenzinnige kwaliteit werd eind jaren zestig herkend door galerie Mokum, destijds het podium voor de ‘realisten’ die door de kunstkritiek en museumwereld zo radicaal gemarginaliseerd waren. Bij Mokum voelde Van der Wal zich thuis. Meer misschien dan goed voor hem was, want hij werd ook voor zijn huisvesting van de galerie afhankelijk. Toen het na enkele jaren zover kwam dat de galeriehouder hem ging voorschrijven wat hij diende aan te leveren, werd een breuk onvermijdelijk. Die later, in 1977, weer voor korte tijd werd hersteld, en toen weer brak, dat speelde in dezelfde tijd waarin hij naar Friesland verhuisde omdat zijn vrouw er een baan vond. Daar ving een hoofdstuk van zijn leven aan waar hij niet op voorbereid was. Huub Mous, die lange tijd werkte op de afdeling cultuur van de provincie Friesland, kwam er in zijn blog op 23 maart 2007 nog eens op terug. Hij signaleerde dat de houding van kunstenaars en culturele instanties tegenover Fred van der Wal indertijd neerkwam op ostracisme, een geval van doelbewuste uitsluiting. Waar de kunstenaar zich ook aanmeldde voor exposities, aankooprondes, een atelier, werden zijn aanvragen afgewezen. Het bracht hem in de loopgraven, aanvankelijk nog namens de ‘ongesubsidieerden’ tegen de ‘overgesubsidieerden’, maar al spoedig helemaal alleen tegen de rest. In 2002 vertrok Van der Wal naar Frankrijk waar hij een huis had tot 2018. Tot zijn eigen verwondering woont hij weer in de kop van Friesland, het land waar ze hem niet moeten. Hij zou wel in de Achterhoek willen wonen, zegt hij. Toch niet omdat je denkt dat het kunstklimaat je daar welgezinder zou zijn, informeer ik bezorgd. Hij weet het niet. Het is er mooi. Fred van der Wal, Boulevard Zandvoort Hij is nu achtenzeventig, al zou je dat niet zeggen. Hij kijkt veelvuldig terug op zijn leven en omdat hij van veel dingen de tel bijhoudt, drukt hij wat hij bereikt heeft dikwijls in getallen uit. Het aantal vermeldingen van zijn naam in de Koninklijke Bibliotheek bedraagt naar eigen zeggen 67. Aantal publicaties ‘in boekvorm’: 103. Het aantal tentoonstellingen in binnen- en buitenland waaraan hij deelnam loopt in de vele honderden, wat aantoont dat een boycot in de provincie hem niet heeft uitgewist. Hij weet zelfs het aantal werken van zijn hand te melden dat bij het Instituut Collectie Nederland en de voorgangers daarvan is zoekgeraakt. Wat het nut is van al die statistieken en gedocumenteerde aanvaringen is mij niet duidelijk. Iemand die zo kan tekenen en schilderen als hij zou beter gedijen zonder rumoer. Zijn voorstellingen vanaf de jaren zestig tot nu ademen een ontspannen sfeer, deels door de onderwerpkeuze, deels door de meditatieve techniek die als hij zeventig jaar eerder was geboren Bremmeriaans zou zijn genoemd. Hij heeft een manier van tekenen die dichter bij stippelen zit dan bij een vloeiend gebaar. Maar in de jaren tachtig schilderde hij met olieverf een serie paneeltjes met knikkers waar het licht doorheen speelt, hyperrealistisch en ver weg blijvend van de kommetjes met eieren van de vele nostalgische stillevenschilders die ons land rijk is. Over zijn vroegste werk, grafisch en meestal in zwartwit, zegt Van der Wal dat het nogal seksueel getint was. Wat ik ervan ken doet me denken aan de bewerkte fotografie van Paul de Nooijer, weer zo’n associatie buiten zijn eigen werkterrein. Het vrijgevochten karakter moet aardig in de sfeer hebben gepast van de sixties, zou ik denken. Dat gold misschien voor Amsterdam. Niet voor het Brabantse Uden, waar het Maandblad voor Cultuur in 1966 noteerde dat ‘Van der Wals situaties zo onbeschaamd [zijn], zo banaal, zo schofterig in de geest, zo onfatsoenlijk, zo ingrievend en antichristelijk dat ik mij als rasechte Udenaar en devote katholiek diep, diep, zeer diep geschaamd heb, dat dit voor jong en oud tentoongesteld werd.’ Bij het lezen van zulk geborneerd proza ben ik de kunstenaar nu nog dankbaar voor het ontwikkelingswerk dat hij heeft verricht. Fred van der Wal, Zelfcastratie, 1968 Hij heeft ook mooie reacties ontvangen. De schoonheid van zijn werk is niet aan de wereld voorbij gegaan. Bij mijn laatste bezoek vertelde hij me dat hij voor het eerst in zijn leven met kleurpotloden tekent. Elke nieuwe techniek die hij aanpakt is tijdrovend, hij wil dus wel zeker weten dat hij de voltooiing nog mee zal maken. Dat kan toch eigenlijk geen probleem zijn. Maar het is mij niet ontgaan dat hij in zijn biografie zijn geboorte- en sterfjaar heeft vermeld: 1942-2020. Ik hoop heel erg dat hij ongelijk heeft. In het pas verschenen Handboek voor de vagebond haalt Léon Hanssen een uitspraak van de filosoof Rousseau aan die hier onverkort van toepassing is: ’De meest op gezelschap gerichte en tot liefde geneigde mens is met algemene instemming van zijn medemensen uit hun midden verbannen.’ Auteur altijdvandaagGeplaatst op 21 oktober 2020Categorieën Kunstenaars, Uncategorized 2 gedachten over “Fred van der Wal” Robert kruzdlo schreef: 27 mei 2022 om 10:51 U heeft F. van der Wal mooi en professioneel beschreven en op een ontzagwekkende eerbiedige wijzen. Ik moest denken aan de Duitse schrijver Hermann Hesse die ook liefdevol kon schrijven over schrijvers zonder hen pijn te doen. 
Powered by JouwWeb